Hogere energieprijzen veroorzaken kettingreactie in consumentenprijzen
Nieuws
18-03-2026
Hugo Erken
Een forse stijging van energieprijzen werkt niet alleen door in energierekening en pompprijzen, maar via duurdere productie, transport en uiteindelijk hogere lonen ook in vrijwel alle consumentenprijzen. Met twee benaderingen laten we zien hoe breed en langdurig zulke keteneffecten zijn.
In het kort
- Een energieprijsschok werkt via hogere productie‑, transport‑ en loonkosten door in vrijwel alle consumentenprijzen; in dit rapport analyseren we die keteneffecten.
- De energiecrisis van 2022 is een relevante referentie, maar biedt geen zuivere vergelijking door vele product‑specifieke factoren, zoals misoogsten, aanbodschokken en beleidswijzigingen.
- Om de zuiver energie‑gedreven prijseffecten te isoleren, gebruiken we twee methoden: de input‑outputmethode (IO) en de Local Projections-benadering (LP), waarbij de LP-benadering een realistischere dynamiek laat zien en daarom onze voorkeur heeft.
- De IO‑methode toont aan dat een permanente energieprijsschok van een veronderstelde 50% vooral doorwerkt in energie‑intensieve sectoren zoals de luchtvaart, chemie en basismetaal; het totale effect van een energieprijsschok van 50% op de CPI bedraagt zo’n 3,7%.
- Volgens de LP‑analyse leidt een langdurige energieschok van 50% tot de grootste prijsstijgingen bij energie‑intensieve consumentenproducten zoals vliegtickets (37%) en hotels (22%).
- De prijzen van industriële goederen, zoals wasmachines, keukenapparatuur en gereedschap, stijgen volgens ons LP-model met ongeveer 13% tot 15%, vergelijkbaar met de inflatie in deze categorieën in de periode van maart 2022 tot en met maart 2024.
- Voor brede categorieën zoals voedingsmiddelen, kleding, schoenen en meubels voorspelt het LP‑model prijsstijgingen van rond de 10%.
- Energie speelt een belangrijke rol in nagenoeg alle voedingscategorieën, maar niet altijd op dezelfde manier en in dezelfde mate. De voorspelde prijsstijgingen door een energieprijsschok van 50% liggen tussen de 3% en 30%.
- De modelmatige prijsreactie van diensten blijft in onze schattingen aan de beperkte kant (3%–6%). Wellicht blijft de loon-prijsdynamiek in het LP-model onderbelicht door de relatief korte observatietermijn van twee jaar. Dat analyseren we nader een vervolgstudie.
- De gevoeligheid voor een energieprijsschok verschilt sterk per categorie; energie‑intensieve goederen reageren snel en fors, industriële producten met enige vertraging, terwijl diensten met name via loonvorming pas laat in het proces worden geraakt.
Energieprijzen sterk opgelopen door oorlog Midden-Oosten
Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen fors gestegen. De Straat van Hormuz is praktisch afgesloten voor zeetransport, terwijl normaliter 30% van het mondiale zeetransport en 20% van het vloeibaar gas door de Straat wordt verscheept, hoofdzakelijk met Azië als bestemming. In de twee weken dat de oorlog inmiddels duurt, is de olieprijs (Brent, spot) met bijna 40% en de gasprijs (TTF, intraday) met 60% gestegen ten opzichte van de prijzen van net voor het uitbreken van de oorlog (zie figuur 1).
[....]